Duurzaam leren omgaan met pesten

21 februari 2016

Pesten, een precair onderwerp. Voor velen ligt het gevoelig. Vaak gaat het erover of het er mag zijn of niet. Over hoe we er mee om moeten gaan. Iedereen heeft er een mening over. Als er ergens geen twijfel over bestaat is het pesten. Dit omdat pesten mensen raakt, diep raakt. Want onder het ‘hoe om te gaan met pesten’ ligt een diepere vraag: wat is pesten en wat maakt dat we pesten?

Pesten is een belangrijk onderdeel in het nemen van eigenaarschap en het uitdragen van empowered leiderschap. Want hoe willen we kinderen opvoeden en opleiden? Hoe willen we hen inspireren zich compassievol en respectvol te verhouden tot anderen? Leiderschap nemen over deze taak die wij als volwassenen onszelf stellen, start bij een persoonlijke reflectie. Een spiegel naar mezelf. Een ontdekkingstocht over wat voor mij pesten is en welke impact pesten op mijn leven heeft gehad.

Ik kan me nog goed herinneren dat ik zelf vaak werd gepest. Soms werd ik zelfs in elkaar geslagen. Soms door één of twee personen, was het duwen, knijpen en slaan, soms door een grote groep. Ik was blijkbaar een pestmagneet, een gemakkelijk slachtoffer. Verkeerde kleren, verkeerd haar, verkeerde dingen zeggen en verkeerd lopen? Was het mijn eigen schuld?

Later ben ik zelf ook gaan pesten. Langzaam kreeg ik door hoe ‘de pispaal’ werd gecreëerd. Ging mee in die energie en drukte daarmee mijn snor. Op een dag besloot ik eens te ervaren hoe dat is, echt pesten. Alsof ik voelde dat dit het juiste moment was trok ik voor de klas een broek naar beneden. De jongen die mij vaker pestte zette ik te kijk. Na school wachtte ik hem op in een steegje en zag dat hij alleen naar huis liep. Deze keer schold en sloeg ík. Ik kon het helemaal voelen. En het voelde goed: sterk, onafhankelijk en de baas.

Huilend rende hij weg. En dat was het moment waarop ik schrok. Dat ik wakker geschud werd. Ik besloot naar huis te gaan, om daar mijn daden uit te leggen. Dat ik gewoon opgelucht was dat ik eens de dans was ontsprongen. Dat ik ging staan en hij nu de klappen opving. Dat ik ergens een glimp zag van een leven zónder gepest te worden!

Nou ja, zonder? Ik realiseerde me vooral dat als ik hem niet had gepest, ik nooit had geweten dat ik een niet-pester ben. Ik realiseerde me dat kinderen die pesten zich ook gewoon ook heel rot kunnen voelen. Machteloos. En later, na alle gesprekken met mijn ouders, zijn ouders en met de leraar werd ik me ervan bewust dat pesters hun eigen pijn doorgeven aan anderen. Want dan voel je jezelf namelijk sterk, onafhankelijk en de baas. Een ander pijn doen dat voortkomt uit eigen innerlijke pijn.

Natuurlijk bedoel ik met het bovenstaande niet te zeggen dat iedereen dan maar een situatie als deze mee zou moeten maken en er lessen uit moet leren. Wat ik wel zeg is dat het alles te maken heeft met echtheid. De echtheid en uniciteit van een persoon, maar ook de echtheid van een (school)omgeving. Echtheid is namelijk nodig om kinderen in enorm belangrijke levensfases echte, wezenlijke lessen te leren in een veilige omgeving. Niet alleen te leren dat pesten slecht is. Niet alleen dat het niet mag plaatsvinden. Niet dat als het gebeurt alleen maar zeggen dat het slecht is en dat het er niet mag zijn. Het is er en wat is er nodig om dit te accepteren? Om mensen te leren zich compassievol en respectvol te verhouden tot anderen. Om mensen te leren om te gaan met innerlijke pijn.

Wanneer pesten slecht is, is het ook moeilijk er over te praten. Oordeel en veroordeling dragen nooit bij aan een effectief, zinvol of wezenlijk gesprek. Denk maar eens aan een quote van een politieke partij: “aandacht voor slachtoffers, niet voor daders.” Het doel met zo’n uitspraak is medestanders en stemmers raken. Tegelijkertijd maakt een uitspraak als deze pijnlijk duidelijk hoe complex pesten, het veld van daders en slachtoffers, eigenlijk is.

Pestprotocollen en anti-pestprogramma’s schieten als paddenstoelen uit de grond. Ze worden zelfs gewaardeerd door het ministerie van OC&W. Een duurzame aanpak van pesten staat of valt echter bij de intentie en ervaring van de leerkracht en leidinggevende. En ouder. Misschien ‘juist een ouder’, want niets raakt je emotioneel meer dan dat je kind wordt gepest of pest. Samen op zoek naar de intentie, ervaring en beleving van iedereen.

Duurzaam leren omgaan met pesten vraagt innerlijke sturing en leiderschap. Kinderen en ook volwassenen leren om emotioneel in elkaar te investeren. Mensen die elkaar echt leren kennen. Ontmoeten.

Marieke schreef hier al over in 'Pesten en verkreukelde propjes'.

Wanneer kinderen een sterke emotionele band met elkaar hebben wordt er bijna niet gepest. Scholen waar pesten zo goed als afwezig is geven allemaal aan: daadwerkelijk investeren in een emotionele band en innerlijk leiderschap van kinderen is vele malen effectiever dan het ‘tegen pesten zijn’. Scholen waar wordt gemasseerd, gefilosofeerd en bijgedragen aan het scheppen van een diepe band. Scholen waar ruimte is om stevig in je vel te kunnen zitten. Scholen waar ervaringen en bewust eigen keuzes mogen maken centraal staan, passend bij iedereen en ieder afzonderlijk. Scholen waar met empathie en compassie wordt uitgesproken: ‘iedereen is aardig en iedereen hoort erbij!’

Wie is er nu niet vóór kinderen de ruimte geven ECHT te ZIJN?

Marieke en Ronald.