Pesten en verkreukelde propjes

31 januari 2016

Een van de meest opvallende zaken die ik zie op het gebied van innerlijk leiderschap is de manier waarop vaak nog wordt omgegaan met pesten. Ik vraag mij dan af: wie staat er aan het stuur, van binnen? Wie hoor ik praten, van buiten?

Zo gaat er een post in omloop vergezeld van een foto: een verkreukeld propje. En het verhaal wat een leerkracht daarbij dan vertelt heeft de strekking van: Je moet niet pesten want als je dat doet, verkreuk je de persoon die slachtoffer is en die kreukels gaan er, net als bij dit papiertje, nooit meer uit. Deze post is werkelijk duizenden keren in klassen verteld, gedeeld en geliked en ik heb daarin dan vooral één vraag: Hoe helpt dit?

Misschien kan ik beter vragen: Wie helpt dit? In de reacties zie ik veel boze mensen roepen dat inderdáád die kreukels er nooit meer uitgaan en dat de kreukel-maker zelf ook maar eens flink verkreukeld moet worden. Dat alle pesters weg moeten (Hé, waar ken ik dat van..?) en dat er nou maar eens flink moet worden aangepakt. Ik hoor ook mensen roepen dat ze tegen pesten zijn. Zou het deze mensen helpen? Omdat ze nog eens hun boosheid, verontwaardiging en hulpeloze woede kunnen uiten? Of helpt het de slachtoffers, die domweg is verteld dat het nooit meer goed komt met ze: ze zijn verkreukeld en dat blijft zo, littekens voor het leven! Ook hen zie ik terug in de reacties, bevestigen dat ze er nooit meer bovenop gekomen zijn. Of de daders, omdat ze zich zo vreselijk schuldig voelen en schamen omdat ze iemands leven voorgoed hebben verpest? Wie?

Het raakt mij diep, dit propje. Ik heb er met tranen in mijn ogen naar zitten staren en bedacht me: nu wordt omgaan met pesten ook al gebruikt om nog meer slachtoffers te maken. Hoe bizar, dat juist de roep tegen, zorgt voor meer.

Hoe gaat een kind wat gepest is weer vrij, open, nieuwsgierig en krachtig in het leven staan wanneer het verteld is dat de kreukels onherstelbaar zijn?

Hoe gaat een kind wat gepest heeft weer liefdevol, verbindend en veilig in het leven staan, wanneer hij de schaamte en schuld draagt van het ‘nooit meer goed komen’?

Want nee, het is niet waar. Wanneer je bent gepest, ben je niet verkreukeld voor het leven. Damaged goods. Het kan wel zo zijn, dat je niet de hulp en begeleiding ontvangt die nodig is om goed te verwerken. Wanneer bijvoorbeeld de volwassenen om je heen niet volwassen met de situatie kunnen omgaan. Wanneer zij niet bij machte zijn om pesten te zien voor wat het is: een hulpvraag. Help mij in mijn kracht te staan. En deze vraag is bij pester en gepeste dezelfde. Twee kanten van één medaille: kinderen die leren wat het is om zich onmachtig te voelen en het weg te geven, en wat het is om macht te misbruiken. Dit is overal om ons heen en al zo oud als de wereld. Onze kinderen zullen hun weg moeten vinden in hoe daarmee om te gaan, wie ze zijn, wie ze willen zijn. Welke volwassene met stevig innerlijk leider gaat hen leren zelf stevig aan het roer te staan?

Laten we stoppen met onze eigen pijn en verdriet, hulpeloze woede en ons oordeel te projecteren. Laten we stoppen met van onze kinderen te vragen, nee eisen, dat ze onze last erbij dragen. Laten we in plaats daarvan onze eigen innerlijke kinderen, pubers en jong volwassenen van het stuur af halen en er weer zelf aan gaan staan. Laten we luisteren naar de vraag die onze kinderen aan ons stellen: Help mij in mijn kracht te staan. Ik weet niet hoe het moet, leer het mij. Hoe kan ik zorgen voor mijn veiligheid en tegelijkertijd bijdragen aan die van een ander? Hoe kan ik me vrij voelen zonder de vrijheid van een ander te beperken, hoe kan ik in mijn kracht staan zonder die van een ander te ondermijnen? De ander beschuldigen en wijzen en veroordelen, uit elkaar drijven, vervreemden, dat is niet in je kracht staan, dat is niet wat ik nodig heb. Leer het mij: hoe moet het wel?